Een model voor broncode-beheer

Open source wordt vaak nog gezien als iets dat gratis beschikbaar is. In de praktijk ligt dat anders, zeker als gemeenten er hun dienstverlening op baseren. Dan gaat het niet alleen over code, maar ook over beheer, veiligheid, wetgeving, releases en de vraag wie daar verantwoordelijkheid voor neemt. Precies daar werkt Bregje van der Horst-Eijsbouts aan bij Maykin. 

Bregje is product owner Open Formulieren en bouwt samen met gemeenten aan een community-manier van werken rond het product. Raakvlak volgt haar met interesse, omdat deze aanpak laat zien hoe open source in de Common Ground-praktijk georganiseerd kan worden. Bregje kent beide kanten van het speelveld. Ze werkte zes jaar bij de gemeente Rotterdam. Inmiddels zit ze bij Maykin, als leverancier, in een andere rol. Ook neemt ze de rol van communitymanager op zich.

‘Van Maykin’ en broncodebeheer

Open Formulieren is inmiddels een volwassen open source-product. In theorie kan een organisatie het zelf draaien of bij een andere partij onderbrengen. In de praktijk doet Maykin nog steeds het broncodebeheer en het structurele onderhoud. 

Tegelijkertijd wil ze af van het idee dat Open Formulieren daarmee ‘van Maykin’ is. Ze wil duidelijk maken dat Open Formulieren is ontwikkeld voor en door gemeenten, die ook deels eigenaar zijn van het product.

Een van de belangrijkste stappen daarin is het zichtbaar maken van de kosten voor broncodebeheer. “Wij doen alles wat nodig is om het product gezond te houden”, zegt ze. “We zorgen dat het veilig blijft, blijft voldoen aan veranderende wetgeving, en dat er releases blijven komen. We maakten daar altijd al kosten voor, maar hebben dat nog nooit zo in beeld gebracht”, zegt Bregje.

Maykin deelde eind vorig jaar dat ze ongeveer 20% van de huidige teamcapaciteit nodig hebben om Open Formulieren goed draaiend te houden. Bregje benadrukt meteen dat dit nog niet gaat over nieuwe functionaliteit. Het maken van het product kon alleen dankzij investeringen van gemeenten. Dat maakt volgens haar ook duidelijk waar het mis gaat met het beeld van open source. “Open source is gratis te gebruiken, maar iemand moet voor de instandhouding opdraaien.”

Inzichtelijk en ongemakkelijk 

Dit gesprek open voeren, leverde veel reacties op. Mensen vonden het goed dat Maykin dit inzichtelijk maakt, maar ook ongemakkelijk. Want in een ideale situatie zou een leverancier dit niet zelf hoeven optuigen. “Dan is er een onafhankelijke regieorganisatie die zorgt voor governance, financiering en gezamenlijke prioritering.”

Bregje ziet die beweging inmiddels bij de VNG ontstaan. “Zij hebben uitgesproken dat ze toewerken naar een regieorganisatie”, zegt ze. “Tegelijk is die organisatie er nog niet, terwijl gemeenten nu al bezig zijn met de Common Ground-transitie, open source-producten implementeren en vragen hebben. We kunnen er niet op wachten”, zegt ze.

Communitypot voor doorontwikkeling

Een tijdelijk alternatief krijgt nu vorm in een communitymodel rond Open Formulieren. De gedachte is dat gemeenten en andere afnemers bijdragen aan een gezamenlijke basis voor broncodebeheer. Daarnaast komt er een communitypot voor doorontwikkeling. “Het idee is dat we straks de community hebben staan, met een stuurgroep en een convenant, en dat je dan vanuit de community kunt zeggen: hier hebben we behoefte aan, en dat betalen we uit de communitypot.” 

De oplossing die zij voor zich ziet, past precies bij communitywerken. Eerst gemeenten samenbrengen in een werkgroep rond zo’n thema, dan met elkaar de workflow en de behoefte scherp maken, daarna de technische impact en kosten bepalen, en dan pas besluiten over financiering. Op die manier ontstaat er niet alleen duidelijkheid over wat er gebouwd moet worden, maar ook gedeeld eigenaarschap over de keuze.

Stuurgroep en convenant

De eerste stappen in die governance zijn al gezet. Er is nu een stuurgroep met vertegenwoordigers van Dimpact, Maykin en gemeentelijke product owners, onder meer uit Nijmegen, Den Haag en Utrecht. Dat zijn de partijen die de afgelopen tijd nieuwe features en verbeteringen mogelijk gemaakt hebben. Daarna willen ze doorgroeien naar een kerngroep en thematische werkgroepen. Er wordt ook gewerkt aan een convenant.

Volgens Bregje vraagt dit alles een andere manier van denken dan veel (gemeentelijke) organisaties gewend zijn. Niet betalen voor een afgebakend product, maar bijdragen aan een collectieve voorziening die je samen gezond houdt.

Standaardisering als volgende stap

Het onderwerp gaat verder dan financiering alleen. Het raakt ook aan standaardisering en de grenzen van wat een leverancier in zijn eentje kan oplossen. Open Formulieren zelf is volgens haar volwassen genoeg om standaarden en API’s te volgen. Maar in de keten van gemeentelijke dienstverlening zitten veel oudere systemen die ooit zijn gebouwd op ‘losse’ standaarden, met dialecten als resultaat. Dat levert extra werk op voor partijen die wel netjes willen aansluiten.

Ook daar mist ze de schakel van een regieorganisatie. Een partij die kan zeggen dat leveranciers zich aan dezelfde standaard moeten houden, en die ook grenzen stelt aan wat je van een open source leverancier mag vragen. Dat raakt direct aan de bredere discussie over vendor lock-in.

Bewegen naar volwassenheid

Raakvlak ziet wat hier rond Open Formulieren gebeurt, als een praktijkvoorbeeld van hoe Common Ground volwassen kan worden. Niet door te wachten op het perfecte model, maar door in de tussentijd samen afspraken te maken over beheer, financiering en besluitvorming. Maykin en de betrokken gemeenten bouwen daarmee aan een werkbaar tussenmodel, waarin open source technisch open is, en organisatorisch ook beter wordt gedragen.

Bregje is zich ervan bewust dat die rol voor een leverancier soms schuurt. “Het blijft een beetje gek dat wij dit doen”, zegt ze. Zeker omdat het uit een onafhankelijke hoek sterker zou zijn. Maar niets doen is volgens haar geen optie. “We gaan het toch doen en bespreekbaar maken”, zegt ze. “Want dan beweegt het tenminste.”